Tijdens de zomerperiode geeft RPPC prominente havenprofessionals een podium in een reeks zomercolumns. In deze editie is dat Leo Ruijs, CEO van Hutchison Ports ECT Rotterdam en daarnaast penningmeester in het bestuur van RPPC – én voorzitter van eredivisieclub Sparta Rotterdam.
Disruptie is een woord dat in Nederlandstalige teksten pas sinds kort regelmatig opduikt. Ik denk dat veel mensen er tien jaar geleden nooit van hadden gehoord. Het staat voor een ingrijpende verandering. Een paradigmashift, wordt dat ook wel genoemd.
Cuno Vat adresseerde het onderwerp disruptie heel goed in een eerdere Zomercolumn: de logistiek is niet langer een zekerheid in de supply-chain. Ik roep zelf al langer dat logistiek van nature tamelijk ongeorganiseerd is en gevoelig is voor externe factoren. Een pandemie, een handelsoorlog, noodweer in grote delen van Europa, een schip dat het Suezkanaal blokkeert – het zijn voorvallen die in een heel kort tijdsbestek op ons pad kwamen. Als Vat stelt dat dit een nieuwe werkelijkheid is, dan geef ik hem daarin gelijk. Onze wereld is bijzonder volatiel.
Ander koopgedrag
Als ik naar buiten kijk zie ik containers, dat zal de lezer niet verbazen. Zoals de eerdere columnisten al stelden kunnen we bepaald niet spreken van een zomerdip dit jaar. Je verwachtte wellicht zelfs een recessie na lock-downs en inmiddels een vierde coronagolf. Dat gebeurde niet, integendeel. We zien een enorme hausse in de container-business. Met een serieus tekort aan lege containers, met een minder betrouwbare aanloop van rederijen, met hoge tarieven en personeelstekorten. Consumenten kopen zichzelf helemaal suf via e-commerce websites. Je ziet het ook steeds vaker in de winkelcentra, vooral in de wat kleinere steden en dorpen waar duidelijke leegstand is. Dat is een vorm van disruptie die we niet in die mate verwachtten, maar die ons gedrag waarschijnlijk blijvend verandert.
Ook op een ander punt geef ik Cuno Vat gelijk. Wie nu klaagt over de tarieven die rederijen in rekening brengen heeft in zekere zin boter op zijn hoofd. Marktwerking zorgde ervoor dat de containerlijnvaart lange tijd nauwelijks winstgevend was. Het leidde tot een enorme consolidatieslag – een ontwikkeling die je nu overigens ook in sterke mate ziet bij de forwarders. Naast ook verticale integratie. Dat laatste doen wij overigens ook middels European Gateway Services. Niet om te concurreren met onze klanten, integendeel. Sterker nog: de containerafhandeling blijft onze corebusiness, maar je moet daar waarde aan toevoegen om onderscheidend te zijn ten opzichte van de concurrentie en derhalve ‘unique buying reasons’ nastreven in deze markt.
Samenwerken in de haven
Wat dat betreft ben ik zo vrij om de opmerking van Emile Hoogsteden in de laatste nieuwsbrief als een forse beleidsverandering te zien. Als het Havenbedrijf het belang van bestaande klanten benadrukt, en het feit dat het de gevestigde bedrijven zijn die het merendeel van de investeringen doen, dan vind ik dat goed nieuws. En nee, niet alleen omdat we bij de oplevering van de Tweede Maasvlakte zelf met nieuwe concurrenten te maken kregen en, over disruptie gesproken, rekening hielden met gitzwarte scenario’s.
Het gaat er vooral om dat we in Rotterdam samen de strijd aangaan met de andere havens tussen Le Havre en Hamburg – waarbij we overigens ook havens als Gdansk in de gaten moeten houden. “Concurrentie is goed, maar samenwerking soms beter”, stelde onze burgemeester Aboutaleb bij ons 50-jarig jubileum. Laten we gezamenlijk invulling geven aan die woorden. Niet alleen bij de deepsea-terminals, maar overal in de Rotterdamse haven. Het platform dat RPPC de leden biedt is bij uitstek een voedingsbodem voor een vruchtbare samenwerking. Laten we samen de Rotterdamse taart groter maken – daar eten we allemaal van.