Eerder deze maand organiseerde RPPC in samenwerking met Havenbedrijf Rotterdam een digitale Port Call met als thema ‘heavy lift’. Twan Romeijn, Business Manager Breakbulk & Offshore Industry bij Havenbedrijf Rotterdam presenteerde de overslagcijfers van het segment breakbulk, waar Heavy Lift onder valt [lees artikel]. Daarnaast ging hij in op het belang van breakbulk voor de Rotterdamse haven.
“Er zijn heel veel partijen actief in de Rotterdamse haven in het breakbulk-segment”, weet Romeijn, “en ze zijn eigenlijk overal in het gebied gevestigd, van de Waal- en Eemhaven tot aan de Tweede Maasvlakte en de Drechtsteden.” Het opvallende, stelt de Business Manager Breakbulk & Offshore Industry is dat veel van die partijen actief zijn in de hele breakbulk-keten. “De klant heeft hier eigenlijk altijd de keuze uit meerdere aanbieders en dat maakt Rotterdam uniek in vergelijking tot andere havens.”
Daarnaast onderscheidt Rotterdam zich doordat een breed portfolio van breakbulkactiviteiten vertegenwoordigd is, niet alleen staal, maar ook non-ferro, forest products en project cargo/heavy lift.
Breakbulk stimuleren
Romeijn maakt geen geheim van de ambitie van Rotterdam: “We willen als havenbedrijf, samen met onze Breakbulk Community, dé breakbulkhaven van Europa worden.”
Havenbedrijf Rotterdam stimuleert dit enerzijds door het optimaliseren van de infrastructuur: zorgen dat de kades in goede staat zijn, de vaarwegen diep genoeg zijn en zorgen voor ruimte voor de activiteiten – zeker als het gaat om heavy lift-activiteiten zijn ruime terminals nodig.
Daarnaast ontplooit het havenbedrijf veel marketing en Business Development activiteiten. “We proberen continu op de hoogte zijn van ontwikkelingen in de markt en houden de naburige havens nauwgezet in de gaten. Dat doen we onder meer door activiteiten van rederijen, forwarders en ladingeigenaren te analyseren. We willen weten welke spelers we missen en hoe we de ladingstroom kunnen vergroten.”
Achterland
Naast de bekende pluspunten van Rotterdam, zoals de directe toegang tot zee en kades aan diep water, zijn er meer facetten die deze haven geschikt maken voor breakbulk. “Zoals ik al aangaf is breakbulk een ruimte-intensieve industrie. Wij hebben grote terreinen, deels ook overdekt. Daarnaast profiteert de sector hier van goede transittijden, schepen zijn snel in en uit de haven: de gemiddelde verblijftijd is 1,2 dagen.”
Verder spelen de goede verbindingen met het achterland een grote rol, via barge, truck en spoor. 500 miljoen consumenten kunnen binnen 24 uur bereik worden. Met name de goede verbindingen met Duitsland, waar veel staal en aluminium heen gaat, maar waar ook veel goederen vandaan zijn gunstig. “En we hebben met onder andere Bonn & Mees ook nog eens de grootste vloot aan drijvende bokken in huis, wat voor heavy lift en projectlading heel belangrijk is. Het zijn vaak grote en zware stukken die overgeslagen worden.”
Romeijn vertelt dat 1100 breakbulkschepen in het eerste half jaar van 2020 de Rotterdamse haven bezochten. “Dat zijn er gemiddeld 6 tot 7 per dag.” 63% van het overslagvolume is inkomend, de rest is uitgaand. “Schepen vervoeren gemiddeld tussen de 2500 en 3000 ton aan breakbulkvolume – met forse uitschieters naar boven.”
Alle specialisten aanwezig
Vertegenwoordigers van drie ondernemingen die actief zijn in heavy lift en projectlading namen deel aan de digitale Port Call en informeerden over de ontwikkelingen in de Rotterdamse haven. Eén van hen was Sandor Molmans, Technical Sales Officer bij Mammoet. Hij meldde dat Mammoet weliswaar over twee terminals beschikt, namelijk de heavy lift terminal in Schiedam en een multi purpose terminal in Westdorpe (Zeeuws-Vlaanderen), maar dat terminals niet de corebusiness van het bedrijf vormen. “Dat is het horizontaal en verticaal transport van speciale en zware goederen.” In de markt ziet hij op dit moment onder meer een groei aan projecten die te maken hebben met energienetwerken. “Er wordt steeds meer stroom gevraagd. Transformatoren worden steeds groter en zwaarder. Dat zie je terug in onze overslag.”
Over de Rotterdamse haven zegt Molmans: “Je hebt elkaar nodig in de haven, en zeker in de segmenten heavy lift en project lading. Dat kan hier ook, want alle specialisten zijn aanwezig. Als we drijvende bokken nodig hebben dan kunnen we bijvoorbeeld terecht bij Bonn & Mees.” En net als de andere aanwezigen roemt Molmans de ‘niet lullen maar poetsen’-mentaliteit in de regio.
Open houding havenbedrijf
Ook specialist Bonn & Mees nam deel aan de Port Call, in de persoon van Maurits van der Giessen, de manager sales. Hij ziet naast werk in projectverband ook veel klussen in de scheepsbouw op dit moment, onder meer bij IHC. “Ik herken de observatie van Sandor Molmans dat lading steeds groter en zwaarder wordt, verladers zoeken echt de grens op.” Tot problemen leidt dat niet, ook door de samenwerking met een groot aantal partners in de haven. “Alles wat moet kán in Rotterdam, ook door de open houding van het Havenbedrijf.”
Dat herkende Bram Hutten, Sales & Chartering Manager bij SAL Heavy Lift ook. De van oorsprong Duitse rederij koos heel bewust voor een vestiging in Rotterdam. “Hier is veel mogelijk, ook doordat Rotterdam het hele palet aan diensten kan bieden. Van drijvende bokken tot veelzijdig transport naar het achterland.” Ook hij herkent de trend van steeds grotere en zwaardere lading, zeker in de offshore wind.