Koedood is al vele jaren een vertrouwd adres als het gaat om verkoop, installatie en onderhoud van scheepsmotoren. Met name Mitsubishi, waarvan Koedood al sinds 1978 dealer is. Sinds de overname door de STORM-Group heeft Koedood zich echter de afgelopen jaren ontwikkeld tot een volwaardige marine-systeemintegrator. We spraken met Sales Manager Menno Bijnagte over de uitbreiding van het bedrijf naar de zeevaart en offshore-sectoren en wat het betekent om een koploper te zijn op het gebied van duurzaamheid.
Vóór 2021 stond Koedood vooral bekend als leverancier van motoren voor de binnenvaart. Hoe is dat veranderd?
Onze portefeuille is inmiddels flink uitgebreid. Naast Mitsubishi bieden we nu een breder scala aan motoren aan, inclusief een uitbreiding van het vermogen dat we leveren: van 300 kilowatt tot meer dan 10 megawatt Bergen Engines. Ook bedienen we nu nieuwe markten, waaronder offshore en zeegaande schepen.
Blijft de binnenvaartsector nog steeds belangrijk voor jullie?
Absoluut, het is onze belangrijkste markt. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat we als een van de eerste motorleveranciers een Stage V-certificering hebben gekregen met ons Koedood Engine Emission System: KEES. Dit is ons eigen nabehandelingssysteem met een dieselpartikelfilter en selectieve katalysatorreactor, speciaal ontwikkeld voor binnenvaartschepen. Met KEES hebben we de stap gemaakt van dealer naar producent. Wat betreft Mitsubishi zijn wij zelfs de enige leverancier in Europa met deze certificering.
Kun je meer vertellen over de transitie van motorendealer naar systeemintegrator?
Dat houdt onder andere in dat we ook administratieve taken uitvoeren zoals dataverzameling en analyse. Dankzij onze uitgebreide kennis van de afgelopen jaren bieden we nu complete oplossingen voor voortstuwing en generatoren, inclusief regelgeving zoals Stage V voor de binnenvaart en IMO Tier III voor de zeevaart.
We krijgen veel vragen over alternatieve voortstuwingssystemen. Zo hebben we ruime ervaring met diesel-elektrische systemen, die veelvuldig door ons zijn geleverd aan binnenvaartschepen. Dit stelt scheepseigenaren in staat om economischer te varen en onderhoudskosten te verlagen. Daarnaast ontvangen we steeds vaker vragen over vergroening, waarbij we kijken naar andere opties en brandstoffen. We zien onszelf inmiddels als koploper op het gebied van duurzaamheid, waarbij we samen met scheepseigenaren kijken naar een toekomst met waterstof en elektrische voortstuwing.
Kun je voorbeelden geven van jullie koplopersrol?
We waren het eerste bedrijf dat werkte met waterstof-brandstofcellen in de binnenvaart: inmiddels hebben we aan twee schepen met deze technologie gewerkt. Bovendien ontwikkelen we momenteel, samen met Mitsubishi, een waterstofverbrandingsmotor die we als generatorset gaan inzetten. De eerste tests hiervan zijn succesvol verlopen. Voor de zeevaart kijken we naar methanol als alternatieve brandstof. Onze medium-speed Bergen Engines hebben allemaal officiële klassegoedkeuring gekregen als methanol-ready.
Hoe zie je de toekomst van maritieme brandstoffen?
Ik verwacht dat gasoliemotoren voorlopig nog zullen blijven, maar het is cruciaal om je voor te bereiden op de toekomst. Momenteel is het voor scheepseigenaren lastig om keuzes te maken, en daar kan Koedood echt het verschil maken, omdat we ervaring hebben met diverse voortstuwings- en generatoroplossingen. We begeleiden onze klanten om de juiste keuze te maken. Qua duurzaamheid steken we echt onze nek uit, omdat we geloven dat er reële kansen zijn voor de scheepvaartsector om duurzamer te worden.
Wat zijn Koedoods ambities voor de toekomst?
Hier komt de RPPC in beeld! Wij geloven in de kracht van een groot netwerk, zeker wanneer dat havengebonden is, zoals bij de leden van RPPC. Het is belangrijk elkaar goed te kennen. Gezien het aantal zeevaartbedrijven binnen RPPC denk ik dat onze uitgebreide dienstverlening zeer interessant kan zijn voor andere leden.